Home Vrije tijd Tuin De Nederlandse Driekleur

De Nederlandse Driekleur

303

Als het gaat om kleur in de tuin heeft de gemiddelde Nederlander maar een beperkte smaak. Drie kleuren voeren de boventoon. Ik noem het maar de Nederlandse Driekleur. En aangezien u als lezer waarschijnlijk Nederlands bent, hoef ik hier eigenlijk niet uit te leggen welke kleuren dat zijn.        

V

oor alle andere mensen (de enkele Nederlander met andere smaak, onze zuiderburen en misschien ook een enkele Portugees) die dit artikel lezen, zal ik het toch maar uitleggen. Blauw, wit en roze, waarbij wit geloof ik wel de populairste ‘kleur’ is. Soms krijgen we een hoop planten die allemaal wit bloeien en waarvan je je soms afvraagt wie dat koopt. Veel mensen willen geen wit bloeiende planten omdat hun huis al wit is. Ik zeg dan altijd: “Ach, die kopen de Nederlanders wel”. En het klopt altijd. Ook ik maak me er wel eens schuldig aan. Zo heb ik een blauwe pot waar origineel blauwe viooltjes in stonden met een roze met wit bloeiende Gaura. De viooltjes zijn er niet meer maar de ijzersterke Gaura, die al een aantal keren door geiten afgevreten is, doet het nog steeds. Blauw, wit en roze.

Leonotus
Je zou denken dat dat vanwege onze vlag is, maar dan zou het toch blauw, wit en rood moeten zijn? Deze koele kleuren zijn vast wel mooi in ons koele Nederland, maar in dit warme klimaat komen warmere kleuren beter tot hun recht. Zo heb ik de laatste twee maanden geprobeerd u aan de oranje Leonotus te krijgen, als beginnende stap naar andere kleuren, wat makkelijker misschien dan andere kleuren vanwege het koninklijke tintje.

Metrosideros
Rood moet dan eigenlijk ook redelijk acceptabel zijn. Voor mensen aan de kust een Metrosideros excelsa bijvoorbeeld, lekker resistent tegen de zoute wind. De rode bloemen verschijnen in de zomer.  Wat moeilijker te krijgen maar naar mijn mening mooier, is de Metrosideros thomasi waarvan de kleur van de bloemen meer naar het koraaloranje neigen. Deze grote struik bloeit in het voorjaar. Als je plaats hebt voor beide planten vullen ze elkaar mooi aan en kunnen ze goed de rest van de tuin tegen de zeewind beschermen.

Lavendel, brem en klaverzuring
Geel is voor mij een echt leuke kleur, heel vrolijk. In de natuur hier is geel een voorjaarskleur, net als paars. Lavendel en brem en natuurlijk de klaverzuring, een plant die door vele tuiniers gehaat wordt. Hij is moeilijk weg te krijgen maar aangezien het een plant is die slechts een deel van het jaar aanwezig is, en dan ook nog dat deel van het jaar wanneer veel andere planten niet bloeien, zou het geen gek idee zijn als wij van deze gratis plant zouden profiteren voor wat extra kleur.

Bidens met een Scaevola of Verbena
Er is nu een nieuwe oranje Bidens verkrijgbaar, normaal zijn Bidens geel maar een Japans bedrijf heeft een nieuwe kleur ontwikkeld. Langbloeiend en redelijk ziekteresistent. Goed als hangplant of bodembedekker. En aangezien oranje niet past bij roze zou je ze kunnen combineren met rode of paarsbloeiende planten. Een paars/lila bloeiende Scaevola of een paarse Verbena bijvoorbeeld.

Anigozanthos
Een hele aparte plant in geel, oranje of rood is de Anigozanthos, de kangoeroepoot, zo genoemd omdat de bloemknoppen doen denken aan kleine kangoeroepootjes. Een Australische plant tot 2 meter hoog, afhankelijk van de soort of cultivar maar niet echt droogteresistent of vorstbestendig. Ze zijn goed als snijbloemen te gebruiken en kunnen dan 3-5 weken meegaan.

Protea
Om dan toch weer terug te keren naar de Driekleur; Protea zijn fantastisch bloeiende planten maar niet altijd makkelijk. Ze hebben meestal zeer goed drainerende zure aarde nodig en mogen absoluut geen fosfaat in hun voeding, als je ze al wil voeden. Voordelen zijn wel de droogteresistentie en de lange bloeitijd van sommige soorten. Een redelijk gemakkelijke variëteit is de Protea `Pink Ice´ die liever meer neutrale of licht alkalische grond wil. Een struik die zo rond de 2 meter hoog wordt, in de herfst en winter bloeit, droogteresistent is en tegen zoute lucht kan, dus geschikt als kustplant.

 


Dit artikel verscheen in “Blik op Portugal 155”.